Reglement

Hieronder vindt u het reglement, welke afkomstig is van de website van de Historische Motorsport Vereniging (HMV).

TECNISCH REGLEMENT SOLOMOTOREN VAN DE HMV 2016

Het technisch reglement is van toepassing op de motoren en persoonlijke uitrusting bij deelname aan HMV-evenementen. Er wordt van uit gegaan dat het motorrijwiel technisch en optisch in algehele goede conditie is en daarmee voldoet aan de eisen/regels zoals de HMV verlangt.

  1. MOTORBLOK

Alleen het gebruik van origineel bewerkte gietstukken zoals gebruikt in de gestelde periode is toegestaan. Niet toegestaan is het gebruik van materialen lichter dan de oorspronkelijke uitvoering. Het veranderen van de klephoek en/of het origineel aantal kleppen is niet toegestaan.

 

  1. VLOEISTOFKOELING

Als koelvloeistof mag alleen water gebruikt worden.

 

  1. CARBURATEURS

Het gebruik van een carburateur met een vlakke schuif of een D-schuif is toegestaan. Acceleratiepompen en alle vormen van drukvulling zijn verboden

 

  1. BRANDSTOFTANK EN OLIETANK

Vuldoppen moeten lekvrij afsluiten en zodanig gesloten en gezekerd zijn, dat losraken tijdens het rijden of bij een val voorkomen wordt. Kranen mogen niet lekken. Olieleidingen dienen te zijn voorzien van een aangeperste wartel (geen slang- klemmen). Oliekoelers zijn niet toegestaan.

 

  1. BRANDSTOF

Er mag alleen gereden worden met normaal verkrijgbare handelsbenzine. Alle andere soorten brandstof zijn verboden.

Let op! Voor motoren t/m bouwjaar 1949 is qua brandstof een uitzondering gemaakt. Bij deze motoren is het gebruik van methanol als brandstof toegestaan mits de berijder deze afwijkende brandstof gemeld heeft bij het secretariaat. Om aan te geven dat een motor methanol als brandstof gebruikt dient op de voorste rijnummerplaat een rode stip met een diameter van 30 mm gevoerd te worden.

 

  1. OLIEVERLIES

Alle motorrijwielen dienen te zijn voorzien van een vilt of schuimrubber plaat, om eventueel olieverlies op te vangen. Deze plaat dient het motorblok en de versnellingsbak zoveel mogelijk af te dekken. Het ter keuring aangeboden motorrijwiel dient lekvrij te zijn en de plaat dient schoon en droog te zijn.

 

  1. ONTLUCHTINGEN

Alle ontluchtingen dienen uit te monden in een opvangreservoir van voldoende capaciteit. Deze reservoirs dienen verticaal bevestigd te zijn.

 

  1. FRAME EN ACHTERVORK

Moeten van originele makelij zijn. Mogen niet vervaardigd zijn van lichter materiaal zoals gebruikelijk in bedoelde periode.

 

  1. STUURUITSLAG

De stuuruitslag naar beide zijden mag maximaal 30° zijn en moet een “harde” aanslag hebben. Met de voorvork tegen de aanslag moet er een hand (vuist) tussen tank en stuur kunnen.

 

  1. SPELING

Het balhoofd, de achtervorklagering en ook de wiellagers mogen geen voelbare ruimte hebben.

Kettingwielen en kettingen van zowel de primaire als secundaire transmissie mogen niet abnormaal versleten zijn.

 

  1. GRONDSPELING

Solomotoren moeten onbelast over een hoek van 50° naar links en naar rechts gekanteld kunnen worden zonder dat daarbij een deel van de motorfiets de grond raakt. (exclusief banden)

Denk met name aan de hoogte van de voetsteunen.

 

  1. VERING

Zowel de voor- als achtervering dient origineel te zijn. Veerelementen met een zogenoemd extra reservoir zijn niet toegestaan.

 

  1. WIELEN

Alleen gevlochten spaakwielen met een diameter vanaf 18 inch zijn toegestaan. Deze zonder speling of gebroken spaken ter keuring aanbieden.

Indien er in het originele motortype wielen waren gemonteerd van een (aantoonbare) afwijkende diameter, is dat toegestaan.

 

  1. BANDEN

De banden dienen bij voorkeur goedgekeurd te zijn voor de openbare weg. Dienen geen droogtescheuren of andere ouderdomsverschijnselen of beschadigingen te vertonen. De maat moet identiek zijn aan het bouwjaar van de motorfiets. Uitsluitend geprofileerde banden zijn toegestaan. De minimum profieldiepte bedraagt 1,5 mm.

De ventielen van het type Schröder (autoventiel) dienen te zijn voorzien van metalen stofdoppen.

 

  1. REMMEN

Alle motorrijwielen moeten zijn uitgerust met ten minste twee krachtige en goed functionerende remmen (op ieder wiel één) die onafhankelijk van elkaar werken.

Schijfremmen zijn niet toegestaan.

 

  1. GELUID EN UITLAATSYSTEEM

Maximum toelaatbaar is 98 dB(A).

Het uitlaatsysteem dient degelijk bevestigd te zijn en evenwijdig aan het motorrijwiel mee naar achteren te lopen. De uiteinden mogen niet naar de zijkant uitsteken

 

  1. BORGEN

Aftappluggen voor olie, vuldoppen e.d. voor olie, oliefilter (deksels), bevestigingen van uitlaat, kortom alle onderdelen die los kunnen trillen moeten met draad geborgd zijn.

 

  1. 18. HENDELS

De bedieningshendels (rem en koppeling) moeten aan de greep (uiteinde) bolvormig zijn.

De diverse hendels moeten elk een afzonderlijk draaipunt hebben.

 

  1. GASHENDEL

De gashendel moet van zodanige constructie zijn, dat wanneer het niet aangeraakt wordt vanzelf sluit, waardoor de gasschuif(-ven) vrijwel sluit(en).

 

  1. HANDVATTEN

De uiteinden mogen geen scherpe randen bevatten.

 

  1. KABELS

De kabels moeten in goede conditie zijn. De kabelnippels moeten gesoldeerd zijn, dus geen schroefnippels.

 

  1. SCHERMEN

Open draaiende delen zoals kettingen, koppelingen e.d. dienen op deugdelijke wijze te zijn afgeschermd teneinde te voorkomen, dat rijders en/of passagier daarin met enig lichaamsdeel of kleding bekneld kunnen geraken.

Als een volledige kuip niet aanwezig is, is een voorspatbord verplicht

 

  1. NUMMERBORDEN

Ovale nummerborden moeten aangebracht zijn aan de voorzijde van de motor en aan de linker en rechter achterzijde ter hoogte van de achteras, resp. linker en rechter zijde van een volle stroomlijnkuip. Scherpe randen afronden en/of met profiel afwerken zodanig dat er geen verwondingen kunnen worden aangebracht. De cijfers, met een hoogte van 12 cm, moeten duidelijk leesbaar zijn. Cijfers en de achtergrondkleur mogen op het achterzitje aangebracht zijn.

 

  1. KLEURCOMBINATIE

Klasse                                           Bord              Cijfer
50 cc                                             wit                 zwart
125 cc                                           groen             wit
125 cc veteranen                          groen             wit
250 cc                                           geel                zwart
350 cc                                           rood               wit
500 cc                                           wit                 zwart
pré 50                                           wit                 rood
zijspan                                         vrij                 vrij

 

  1. STROOMLIJNEN EN KLEURSTELLING

Het gebruik van zowel stroomlijnen als tophalfs is toegestaan. Het uiterlijk en de kleurstelling van de motorrijwielen dient de uitstraling te hebben van de bedoelde periode.

 

  1. KLEDING/HELMEN

Gedragen dient te worden zwarte of bruine lederen kleding uit de periode welke de HMV vertegenwoordigt. Verplicht zijn in elk geval lederen kleding, lederen laarzen (minimaal enkelhoogte) en handschoenen.

Over helmen: gedurende de training en de demo is een goed passende integraalhelm of systeemhelm met idem gelaatsbescherming verplicht. De helm dient op een deugdelijke wijze te zijn bevestigd. De helm moet van binnen en buiten onbeschadigd zijn, voorzien zijn van ECE-keurmerk en HMV -toelatingssticker. Na beschadiging moet de helm opnieuw ter beoordeling worden aangeboden. Aanbevolen wordt om een helm na 5 à 6 jaar te vervangen door een modern, veiliger exemplaar. Alleen tijdens een rijders defilé is het nog toegestaan om met een zogenaamde pothelm te rijden.

 

  1. DIVERSEN

Deelnemende motorrijwielen mogen niet uitgerust zijn met:

  • koplamp, achterlicht, spiegels, kentekenplaat, bagagedrager, midden- voor- achterstandaard, duo-steunen, kickstarter, elektrische startmotor, schijfrem(men), aanjagers, acceleratiepomp, km- of ml-teller en elke andere vorm van snelheids – of tijdsmeting.
  • Toerentellers uit de bedoelde periode zijn toegestaan.
  • Als voor de primaire aandrijving een riem gebruikt wordt, is dit toegestaan mits het aan de buitenzijde niet te zien is, echter de voorkeur ligt altijd bij de originele aandrijving.

 

  1. SLOTBEPALING

In alle voorkomende gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de HMV.